Mossels*, oesters en kreeft!

Gistermiddag ging ik stiekem naar een feestje. Nou ja, het feestvarken wist niet dat er een feestje zou zijn. 

Erg leuk, hij werd door zijn secretaresse de deur uit gewerkt op kantoor en vervolgens thuis ontvangen door meer dan twintig mensen. De tweede verrassing was zijn cadeau: een kunstwerk. Hij wist dat hij dat zou krijgen, maar niet dat het al klaar was. Dat was het dus wel. Heel mooi! Het is, of eigenlijk, ze zijn, gemaakt door Jan Westerweel. Het zijn echt losse mossels, geschilderd op dunne platen. En natuurlijk doet mijn fotowerk in het geheel geen recht aan het kunstwerk. 

Na de onthulling was er taart en gezelligheid. Ik moest echter op tijd weer weg: we gingen op bedrijfsbezoek bij Krijn Verwijs. Nog meer mossels dus!

Nadat iedereen zich in een ‘one size, fits no-one’-jasje had verpakt en we allemaal een knalgroene pet hadden opgezet kregen we in groepjes een rondleiding door de fabriek. Mossels en oesters komen natuurlijk gewoon uit het water, maar voordat ze verkocht kunnen worden moet er nog wel wat mee gebeuren. 

Bijvoorbeeld verwateren. Mossels en oesters groeien op de bodem en er zit daardoor zand in. Bij de verwatering met (gezuiverd) Oosterscheldewater spugen ze dat uit. 

Bij Krijn Verwijs verwateren ze de mossels met uitzicht op de Oosterschelde: Na het verwateren moeten de mossels, die in trossen groeien, van elkaar losgemaakt worden en moeten de baarden eraf. Dat gebeurt in een soort wasmachines. 

Daarna gaan ze met transportbanden naar de ‘leesstations’. Als de fabriek in bedrijf is zitten hier werknemers die de kapotte mossels en de mossels met pokken erop eruit halen. 

Daarna worden ze op grootte gesorteerd met een soort glijbaantjes die van klein naar groot gaan. Met weer een serie transportbandjes komen de mossels dan bij de inpakstations. 

Daar worden ze in bakken gestort, aangetrild, geseald en bestickerd.  

Klaar!

Wij nog niet hoor, wij gingen nog naar de oesters. 

In grote bassins worden ze, net als de mossels, verwaterd met Oosterscheldewater. 

Het water wordt in de fabriek gezuiverd en gekoeld. Gezuiverd met filters en UV, gekoeld met ‘foil-falls’: Gekoelde dunne platen waar het water langs valt. 

Koud genoeg!

Het water in de bassins stroomt behoorlijk! De oesters vinden het prima, maar zij hoeven er dan ook niet tegenin te zwemmen 😉   Inpakken? Hoezo? Uitpakken!! We mochten alle verschillende soorten oesters die Krijn Verwijs in het assortiment heeft proeven. Platte Zeeuwse, Creuses, Grevelingenoesters, Ierse oesters. We moesten ze wel zelf even open steken, maar daar had niemand problemen mee.  Vliegen op stroop? Nee, Zeeuwen op oesters!

Vanaf hier waren mijn handen te nat/vies/druk om nog foto’s te kunnen maken. Want het feest was nog niet klaar: na de oesters kregen we kreeft geserveerd! Ooooo….

Bram (en Caroline en Ineke), bedankt voor de ontvangst en al het lekkers!
*mossels, ja. Afkomst verloochen je niet. 

Sokken breien

Breien ja. 

Ik weet dat ik tot nu toe vooral haakte. 

Maar sokken breien stond al een tijdje op mijn dat-wil-ik-ooit-nog-eens-doen-lijstje. Een tijd geleden kocht ik daarom al eens breinaalden. Wol had ik al. Jaren geleden breide mams eens een trui voor me van sokkenwol. Op de breimachine. Er bleven een hele bol en nog twee kleinere bolletjes over. 

Vorige week zaterdag begon ik, eindelijk 😉

Ik gebruikte het patroon van Winwick Mum, dat heeft lekker veel plaatjes en uitleg voor alle mogelijke verschillende naalden. En dat Engels is niet zo’n probleem. Misschien helpt het wel dat ik wel al eerder breide. 
Ik vond het erg duidelijk, en na niet zo heel lang had ik al een boord! Ik brei nu overigens ‘hakend’ (geen idee wat de officiële term daarvoor is). Dat werkt voor mij veel fijner dan steeds de naald los moeten laten om de draad om te slaan. 

Vanwege iets te veel hobbels en rare dingen naar mijn zin begon ik nog een keer opnieuw, maar zondagavond had ik toch al een heel stuk sok. En ja, ik deed heus ook nog een hoop andere dingen dat weekend. 
Dinsdag volgde dan het stuk waarvan ik altijd van iedereen hoorde ‘maar dat is heel moeilijk’: de hiel. Nou, ik vond dat nogal gaan. Ook weer duidelijk uitgelegd, dat scheelt vast. 

Gisteravond was mijn eerste sok ooit klaar. Op diverse punten voor verbetering vatbaar, maar toch. Ik breide! Een sok!

Nou ja. 

En nu begon ik aan een ‘echt’ paar. 

En natuurlijk kocht ik stiekem ook alvast nieuwe wol. En naalden. Oeps…

Peelandmars I

Onze Rotaryclub is bezig met het organiseren van een wandeltocht. Onze thuisbasis is het eiland Noord-Beveland, ook wel Peeland* genoemd.

Jaren geleden werd op Noord-Beveland de Peelandmars gelopen. Die had een redelijk simpel concept: begin aan de rand van het eiland, houd de hele tijd het water aan je rechter (of linker, als het maar steeds dezelfde is) hand en loop door tot je weer bent waar je begon. Zo’n 50 km later.

Natuurlijk vergt dat niet zo heel veel organisatie. Maar waarschijnlijk zit niet iedereen te wachten op een wandeling van een uur of negen lang. En geld oohalen voor het goede doel is ook niet zo gemakkelijk met zo’n concept.

Kortom: we proberen het wat meer aan te kleden door ook een korte tocht te organiseren, onderweg wat voorzieningen te regelen, etc.

Een van de voorbereidingen die we doen is tweeledig: nuttig en aangenaam. We lopen in een asntal etappes met degenen die dat leuk vinden de lange route.

Vorige week zondag liepen we het eerste deel, van Kortgene naar Colijnsplaat. Na de koffie met appelcake liepen we in ongeveer drie uur naar de erwtensoep met worstebroodjes. Met in totaal bijna twintig mensen.

Het was heerlijk, gezellig en mooi. Op naar de volgende etappe
*peeën = suikerbieten

Etentje

Ooooo, het is hopeloos met bloggen. Genoeg blogwaardigs maar ik vergeet steeds dat zo’n verhaaltje zichzelf niet schrijft.

Goed. Een etentje dus.

Vorige week vrijdag togen we met Lies en Yep naar Willemstad (gewoon in Noord-Brabant hoor, niks exotisch). Dat uitstapje zat al even in de pijplijn, maar nu vonden we plotseling een geschikt moment. Een aanleiding? Hoezo?

Waarom we vanuit Goes vrijwillig drie kwartier willen rijden om aan tafel te kunnen? Omdat Frascati erg leuk is.

De menukaart:  Tegelijk je placemat dus. Handig, want je bestelt steeds twee gerechtjes per persoon. Waarbij niemand zich iets hoeft aan te trekken van de ‘vaste volgorde’ van voorgerecht, hoofdgerecht, nagerecht. En ook niet iedereen tegelijk in dezelfde gang zit.

Deze keer at ik bijvoorbeeld helemaal geen hoofdgerecht. Wel heel veel heerlijke voorgerechtjes. En een paar toetjes.

Nee, ik at de toetjes links en rechts onder niet twee keer. Het programma vindt het leuk die foto twee keer op te nemen in het mozaïekje. Prima, want het was wel errug lekker. Vooral de Chocolade Toffee taart. O!

De paddenstoelenkroket is door ons gezelschap unaniem gekozen tot gerecht van de avond. Je kunt ons er allemaal ’s nachts voor wakker maken (zijn er vrijwilligers?).

Behalve erg lekker was het ook erg gezellig. Volledig de drie kwartier rijden waard.